Dirk Parmentier sr. (ome Dirk) stelde zich in verbinding met de gemeente Zandvoort en kreeg contact met de heer Jissink, die aldaar strandopzichter was. Omdat de vereniging erg was uitgedund, doordat velen geen tent meer hadden, werd voor slechts zeven personen een staanplaats aangevraagd en gekregen. In juni 1946 werd met de strandopzichter voor die zeven gezinnen een plaats uitgemeten, welke in juli werden ingenomen.
 |
| Strandopzichter Jissink tijdens het uitmeten. |
Er stonden enkele kranen op het strand, dus water was geen probleem en dat betekende een hele weelde. Later kwamen er zelfs nog enkele kranen bij. Toiletten waren er nog niet en daarom hadden sommige kampeerders ‘een stilletje’ achter hun tent, net als in Wijk aan Zee. Degenen die dat niet hadden, moesten ’s avonds of ’s morgens met hun emmertje naar Helios, want daar stond wel een toiletgebouwtje. Later kwam een rij kleine tentjes vóór het KVS-kampje te staan en dat was in het beging wel wennen. Later werd het zelfs erg gezellig gevonden.
Ook de woon-werkverbinding was veel beter. Men kon met een vierdaagseretour met de Haarlemse Tram of met de trein naar Zandvoort en vandaar over een zeer smalle boulevard naar het kamp lopen. De boulevard was toen nog zó smal, dat als twee auto’s elkaar passeerden, wij langs de weg in het duin moesten gaan staan.
 |
| De Haarlemse tram. |
Prikkeldraadafzetting was er nog niet, zodat je je zo achter je tent van het duin kon laten glijden. Veel ontspanningsmogelijkheden waren er niet. Meer dan kamperen en een beetje rondhangen was er nog niet bij.
De hoofdzaak was echter, dat na al die moeilijke jaren toch weer gekampeerd kon worden, al gaven de distributiebonnen de nodige hoofdbrekens. Er kwam wel een melkboer op het strand, doch die zette zijn kar halverwege Helios neer en dus moest een heel eind met een kannetje naar hem toegelopen worden om melk te halen. Flessen waren er nog niet. De melkboer schepte alles uit een melkbus, die, evenals hijzelf, niet al te schoon was. Op maandagmorgen leverde men z’n bonnen in en men ontving een briefje waarop stond hoeveel liter melk men tegoed had. Als je melk haalde, schreef hij dit weer van het briefje af. Of hiermee wel eens gesmuicheld werd, weten we niet.
 |
| De melkboer. |
|